Bouwvakker met helm bestudeert technische handleiding op verweerde werkbank, omringd door gereedschap en een waterpas.

Wat zijn de opleidingsmogelijkheden voor bouwpersoneel?

Voor bouwpersoneel zijn er verschillende opleidingsmogelijkheden: van regulier beroepsonderwijs via het mbo tot praktijkgerichte non-formele opleidingen die sneller en flexibeler zijn. Welke opleiding het beste past, hangt af van de situatie van de medewerker, de gewenste vakrichting en de beschikbare tijd. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over opleidingen in de bouw, van de verschillen tussen leerroutes tot financieringsmogelijkheden voor werkgevers.

Welke soorten opleidingen zijn er in de bouwsector?

In de bouwsector zijn er drie hoofdvormen van opleidingen: regulier mbo-onderwijs, non-formele vakopleidingen en kortdurende cursussen. Regulier mbo leidt op via een erkend diploma, non-formele opleidingen leveren een vakbekwaamheidsbewijs op dat aantoonbaar maakt wat iemand kan, en cursussen zijn gericht op specifieke deelvaardigheden zonder formeel bewijs van niveau.

De keuze tussen deze vormen hangt sterk af van de situatie. Iemand die net van school komt, kiest vaak voor een regulier mbo-traject. Volwassenen die al werken of snel aan de slag willen in de bouw, kiezen vaker voor een praktijkopleiding in de bouw die sneller doorlopen kan worden. Non-formele opleidingen zijn ingeschaald in het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF), wat betekent dat het niveau officieel vastgesteld en herkenbaar is voor werkgevers en opdrachtgevers.

Binnen die non-formele categorie zijn zowel volledige opleidingen als losse modules beschikbaar. Dat maakt het mogelijk om precies die vakkennis te halen die iemand nodig heeft, zonder een heel traject opnieuw te doorlopen.

Wat is het verschil tussen een BBL- en BOL-opleiding in de bouw?

Een BBL-opleiding (Beroepsbegeleidende Leerweg) combineert werken en leren: de leerling werkt vier dagen per week bij een bedrijf en volgt één dag per week onderwijs. Een BOL-opleiding (Beroepsopleidende Leerweg) draait dit om: de leerling volgt voornamelijk onderwijs en loopt stage. Beide leiden tot een erkend mbo-diploma, maar BBL sluit beter aan bij mensen die al werken.

Voor werkgevers in de bouw is BBL vaak aantrekkelijker, omdat de medewerker direct productief is en tegelijk leert. De werknemer bouwt werkervaring op terwijl hij of zij de theorie leert. Dit maakt BBL een populaire route bij het opleiden van bouwpersoneel dat al in dienst is of aangenomen wordt met de bedoeling om door te groeien.

BOL is meer geschikt voor jongeren zonder werkgever die eerst de schoolse basis willen leggen voordat ze de arbeidsmarkt opgaan. Voor zij-instromers of volwassenen is BBL of een non-formele vakopleiding in de meeste gevallen een betere keuze, omdat die beter aansluit op de situatie van iemand die al weet wat hij of zij wil.

Welke bouwopleidingen zijn geschikt voor zij-instromers?

Voor zij-instromers zijn praktijkgerichte, non-formele opleidingen het meest geschikt. Deze omscholingsroutes naar de bouw zijn speciaal ontworpen voor mensen die vanuit een andere sector instromen en niet opnieuw een volledig mbo-traject willen of kunnen volgen. Ze richten zich op de vakkennis die iemand daadwerkelijk nodig heeft om het beroep goed uit te voeren.

Een zij-instromer heeft bij deze trajecten wel praktijkervaring bij een bedrijf nodig. Dat betekent dat iemand die de bouw in wil, idealiter een werkgever vindt die bereid is hem of haar op te leiden terwijl hij of zij werkt. Dit is het principe van werken en leren in de bouw: theorie en praktijk lopen gelijk op, wat het leerproces versnelt en de drempel verlaagt.

Relevante vakgebieden voor zij-instromers zijn onder andere timmeren, dakdekken, voegen, leidekken en metselwerk. Niet elk vakgebied is even goed vertegenwoordigd in het reguliere onderwijs, maar via non-formele routes zijn ook de minder bekende beroepen te leren. Meer over de specifieke vakgebieden vind je verderop in dit artikel.

Hoe lang duurt een opleiding voor bouwpersoneel?

De duur van een bouwopleiding varieert sterk: een regulier mbo-traject duurt twee tot vier jaar, terwijl een non-formele vakopleiding in de bouw vaak binnen enkele maanden tot een jaar afgerond kan worden. De exacte duur hangt af van het vakgebied, het niveau en de voorkennis van de deelnemer.

Voor werkgevers die snel iemand inzetbaar willen hebben, zijn de kortere trajecten interessant. Een verkorte bouwopleiding levert geen volledig mbo-diploma op, maar wel een NLQF-ingeschaald vakbekwaamheidsbewijs. Dat bewijs maakt aantoonbaar dat de medewerker het werk veilig en kundig kan uitvoeren, wat voor veel opdrachtgevers voldoende is.

Losse modules bieden nog meer flexibiliteit: daarmee kan iemand specifieke deelvaardigheden halen zonder een heel traject te doorlopen. Dat is nuttig als een medewerker al ervaring heeft, maar op een bepaald onderdeel nog kennis mist. Wel is het goed om te weten dat niet alle losse modules in aanmerking komen voor bepaalde subsidies, wat bij volledige opleidingen wel het geval is.

Kunnen werkgevers meebetalen aan een bouwvakopleiding?

Ja, werkgevers kunnen een groot deel van de opleidingskosten vergoed krijgen via subsidies en fondsen. De belangrijkste regeling is de SLIM-subsidie, een landelijke subsidie voor mkb-bedrijven die medewerkers willen laten scholen. Daarnaast zijn er branchespecifieke vergoedingen en een diplomabonus voor werknemers die een volledig vakbekwaamheidsbewijs halen.

De stappen voor werkgevers zijn als volgt:

  • SLIM-subsidie: Meld de medewerker eerst aan bij een opleiding, daarna vraag je de subsidie aan. Let op: de volgorde is belangrijk.
  • Regionale subsidies: Naast de SLIM-subsidie bestaan er regionale regelingen die aanvullend vergoed kunnen worden.
  • Branchevergoedingen: Sommige branches vergoeden tot 100% van de opleidingskosten voor zogenaamde kansberoepen, met een maximum van 5.000 euro per persoon.
  • Diplomabonus: Werknemers die een vakbekwaamheidsbewijs halen op NLQF-niveau 2, 3 of 4 komen in aanmerking voor een bonus van 2.900 euro, waarvan 2.500 euro voor de werknemer en 400 euro voor de werkgever. Voorwaarde is dat de werkgever onder de bouw-cao valt en afdrachten heeft gedaan aan het O&O-fonds Bouw & Infra.

Dankzij deze regelingen is het opleiden van bouwpersoneel voor veel werkgevers financieel goed te organiseren. In veel gevallen worden de kosten grotendeels of zelfs volledig gedekt.

Welke vakgebieden in de bouw zijn moeilijker te vinden als opleiding?

Vakgebieden zoals voegen, dakdekken, leidekken en kalkzandsteenlijmen zijn moeilijker te vinden als formele opleiding. Deze specialistische beroepen zijn minder bekend dan bijvoorbeeld timmeren of metselwerk, waardoor ze in het reguliere mbo-aanbod beperkt vertegenwoordigd zijn. Toch zijn het volwaardige vakgebieden waarvoor gerichte opleidingen beschikbaar zijn via non-formele routes.

Het gebrek aan zichtbaarheid van deze opleidingen zorgt er soms voor dat werkgevers en zij-instromers ze simpelweg niet weten te vinden. Dat is jammer, want juist in deze specialismen is de vraag naar goed opgeleid personeel groot. Wie in de bouw wil werken zonder diploma of zonder specifieke vooropleiding, kan via een non-formele opleiding toch een erkend vakbekwaamheidsbewijs halen in een van deze gebieden.

Voor werkgevers in gespecialiseerde bouwbedrijven is dit een kans: door te investeren in de opleiding van medewerkers in minder gangbare vakgebieden, los je het personeelstekort op en vergroot je de duurzame inzetbaarheid van je team.

Hoe SVGO – Gaan In De Bouw helpt met opleidingen voor bouwpersoneel

Wij bieden praktijkgerichte opleidingen en leertrajecten voor uiteenlopende beroepen binnen de bouw- en infrasector. Of het nu gaat om een zij-instromer die een nieuw vak wil leren, of een werkgever die een medewerker wil opleiden: wij helpen je de juiste route te vinden. Dit is wat je bij ons kunt verwachten:

  • NLQF-ingeschaalde vakbekwaamheidsbewijzen op niveau 2 en 3, erkend door de sector
  • Zowel volledige opleidingen als losse modules, zodat je altijd een traject op maat volgt
  • Theorie en praktijk gecombineerd, met begeleiding door ervaren leermeesters
  • Opleidingen voor bekende én minder bekende vakgebieden, zoals dakdekken, voegen en leidekken
  • Ondersteuning bij subsidieaanvragen, zodat je geen geld misloopt
  • Een EVC-traject als vervolgstap, waarmee een medewerker alsnog een regulier diploma kan halen

Ben je werkgever en wil je weten welke opleiding het beste past bij jouw medewerker? Of ben je zelf op zoek naar een praktische route de bouw in? Neem een kijkje bij SVGO – Gaan In De Bouw en ontdek welk traject bij jouw situatie aansluit.

Gerelateerde artikelen