Bouwvakker met eeltige handen bestudeert architectonische bouwtekening op werkbank, nieuwe en versleten truwelen naast elkaar, betonnen muren op achtergrond.

Wat is het verschil tussen bijscholing en omscholing in de bouw?

Bijscholing en omscholing zijn twee verschillende manieren om vakkennis op te doen in de bouw. Bij bijscholing breid je bestaande kennis of vaardigheden uit binnen een beroep dat je al uitoefent. Bij omscholing stap je over vanuit een ander vakgebied en leer je een volledig nieuw beroep in de bouw. Welke route voor jou of je medewerker de juiste is, hangt af van de startpositie en het doel. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over beide routes.

Wanneer kies je voor bijscholing en wanneer voor omscholing?

Je kiest voor bijscholing wanneer iemand al werkzaam is in de bouw maar specifieke kennis of vaardigheden mist. Je kiest voor omscholing wanneer iemand vanuit een volledig andere sector de bouw in wil en het vak van begin af aan wil leren. Het verschil zit dus in de startpositie: heeft iemand al een basis in de bouw, dan is bijscholing logisch. Komt iemand van buiten de sector, dan is omscholing de aangewezen weg.

In de praktijk zijn de grenzen soms minder scherp. Een dakdekker die leidekken wil leren, volgt technisch gezien een bijscholing, maar leert tegelijkertijd een nieuw specialisme. Een zij-instromer die al handvaardig is vanuit een ander beroep, kan een verkorte route volgen die tussen bijscholing en omscholing in zit. Bepalend is altijd de vraag: wat weet en kan iemand al, en wat moet hij of zij nog leren?

Wat houdt een bijscholing in de bouw precies in?

Bijscholing in de bouw houdt in dat een medewerker die al actief is in de sector zijn of haar vakkennis uitbreidt of verdiept. Dat kan gaan om het leren van een aanvullende techniek, het behalen van een extra certificaat of het bijblijven op het gebied van nieuwe materialen, methoden of veiligheidseisen. De opleiding sluit aan op wat iemand al beheerst en bouwt daar direct op voort.

Concrete voorbeelden van bijscholing zijn een dakdekker die een module over zink- en koperwerk volgt, of een metselaar die een opleiding kalkzandsteenlijmen toevoegt aan zijn vaardigheden. Bijscholing is relatief kortdurend en gericht op een specifiek onderdeel van het vak. Dit maakt het goed te combineren met een bestaande baan, zonder dat de medewerker lang uit de productie is.

Bijscholing levert ook tastbare resultaten op: een erkend bewijs van (deel)vakbekwaamheid laat opdrachtgevers en werkgevers zien dat iemand aantoonbaar bekwaam is in een bepaald onderdeel van het vak.

Wat houdt omscholing naar de bouw precies in?

Omscholing naar de bouw houdt in dat iemand vanuit een ander beroep of een andere sector het bouwvak leert. De zij-instromer begint zonder bouwspecifieke achtergrond en volgt een opleiding die hem of haar voorbereidt op een concreet beroep in de bouw of infra. Denk aan iemand die vanuit de horeca, de logistiek of de zorg de overstap maakt naar dakdekken, timmeren of voegen.

Omscholing naar de bouw is geen klassiek schooltraject. In de meeste gevallen leert een zij-instromer het vak werkend: hij of zij is in dienst bij een bouwbedrijf en volgt tegelijkertijd een praktijkgerichte opleiding. De theorie en praktijk lopen daarbij zo veel mogelijk parallel, zodat de kennis direct toepasbaar is op de werkvloer.

Een omscholing sluit af met een erkend vakbekwaamheidsbewijs. Dat bewijs laat zien dat de zij-instromer het vak beheerst op het niveau dat de sector vraagt, ook zonder een volledig mbo-diploma op zak te hebben.

Hoe lang duurt bijscholing versus omscholing in de bouw?

Bijscholing duurt in de bouw doorgaans één tot enkele dagen per module, afhankelijk van het onderwerp. Omscholing naar een volledig bouwberoep duurt langer: een volledig leertraject beslaat gemiddeld zo’n zes maanden, met circa tien praktijkdagen en zes theoriedagen. Beide routes zijn aanzienlijk korter dan een regulier mbo-traject van twee tot vier jaar.

Duur van bijscholing

Losse modules voor bijscholing lopen uiteen van één dag tot negen of elf dagen, afhankelijk van de complexiteit van het onderwerp. Een module veilig werken op hoogte is in één dag te voltooien. Een uitgebreidere module zoals hoek-kil, zinkwerk en aansluitingen vraagt meer tijd. Dit maakt bijscholing goed te plannen rondom de reguliere werkzaamheden.

Duur van omscholing

Een volledig omscholingstraject naar een bouwberoep duurt gemiddeld een half jaar. In die periode combineert de deelnemer praktijkervaring bij een opleidingsbedrijf met theorielessen. Na afronding volgt een examen, bestaande uit zowel een theoretisch als een praktisch deel. Wie het examen met een positief resultaat afsluit, ontvangt een erkend (deel)vakbekwaamheidsbewijs.

Wie betaalt de opleiding bij bijscholing of omscholing?

De kosten van een bijscholing of omscholing in de bouw worden in veel gevallen geheel of grotendeels vergoed. Werkgevers kunnen aanspraak maken op subsidies zoals de SLIM-subsidie, en ook vanuit de branche zijn er vergoedingen beschikbaar. Hierdoor hoeft een bouwbedrijf de opleidingskosten zelden volledig zelf te dragen.

Belangrijk om te weten: voor de SLIM-subsidie geldt dat je je medewerker eerst aanmeldt voor een opleiding, voordat je de subsidie aanvraagt. Bij branchevergoedingen vraag je juist vooraf akkoord op de opleidingskosten. De volgorde verschilt dus per subsidievorm, dus het loont om je hier goed over te laten informeren.

De opleidingskosten zelf bestaan uit kosten voor theorie, praktijkbegeleiding, lesmateriaal, gebruik van de opleidingslocatie en het examen. Voor erkende opleidingen die ingeschaald zijn op NLQF-niveau komen zowel de SLIM-subsidie als branchevergoedingen in aanmerking.

Welke bouwopleidingen zijn geschikt voor zij-instromers?

Voor zij-instromers zijn praktijkgerichte opleidingen het meest geschikt: trajecten waarbij iemand het vak leert door het daadwerkelijk te doen, bij voorkeur in combinatie met werken bij een bouwbedrijf. Geschikte beroepen voor zij-instromers zijn onder andere dakdekker, leidekker, timmerman, metselaar, voeger en allround medewerker in de bouw of infra. Veel van deze beroepen zijn toegankelijk zonder voorafgaand bouwdiploma.

Geschikte opleidingen voor zij-instromers zijn onder meer:

  • Basis Dakdekken (niveau 2, 9 dagen)
  • Basis Leidekken (niveau 2, 9 dagen)
  • Leidekker Niveau 2 (14 dagen)
  • Energie, herstel en onderhoud (niveau 2, 6 dagen)
  • Basis bouwfysica, geluid en brand (niveau 3, 4 dagen)
  • Hoek-kil, zinkwerk en aansluitingen (niveau 3, 11 dagen)

Naast deze vakspecifieke opleidingen zijn er ook modules gericht op veiligheid, zoals veilig werken op hoogte, die nuttig zijn voor iedereen die nieuw is in de bouw. Een zij-instromer heeft voor de meeste trajecten geen bouwdiploma nodig, maar wel praktijkervaring bij een erkend opleidingsbedrijf.

Hoe SVGO – Gaan in de Bouw helpt bij bijscholing en omscholing

Of je nu een medewerker wilt bijscholen of een zij-instromer wilt opleiden tot vakman of vakvrouw, wij bieden praktijkgerichte trajecten die direct aansluiten op wat de bouwsector vraagt. Onze opleidingen zijn modulair opgebouwd, NLQF-ingeschaald en worden afgesloten met een erkend (deel)vakbekwaamheidsbewijs. Zo weet je als werkgever precies wat je medewerker heeft geleerd en kan.

Dit bieden we concreet:

  • Leerloopbaanpaden voor zij-instromers die werkend een bouwberoep willen leren, in samenwerking met jouw bedrijf als opleidingsbedrijf
  • Losse modules en kortdurende bijscholingen voor medewerkers die een specifieke vaardigheid willen toevoegen
  • Begeleiding bij subsidieaanvragen, zodat je als werkgever optimaal gebruik maakt van beschikbare vergoedingen
  • Opleidingen op diverse locaties in Nederland, afgestemd op de praktijk van de werkvloer
  • Erkende examens met zowel een theorie- als praktijkcomponent, begeleid door onze examinatoren

Wil je weten welke opleiding het beste past bij jouw situatie of die van je medewerker? Bekijk het volledige aanbod op SVGO – Gaan in de Bouw en ontdek welk traject aansluit op de leerbehoefte en het gewenste beroep.

Gerelateerde artikelen