Bouwvakker van middelbare leeftijd leest trainingsboekje op betonnen trap tijdens pauze, met werkhandschoenen en thermos naast zich.

Hoe houd je bouwpersoneel duurzaam inzetbaar?

Bouwpersoneel duurzaam inzetbaar houden vraagt om een combinatie van goede scholing, praktijkervaring en een werkomgeving die ontwikkeling stimuleert. Medewerkers die regelmatig worden bijgeschoold, zijn veiliger, breder inzetbaar en blijven langer gemotiveerd. In dit artikel beantwoorden we de belangrijkste vragen over uitval, opleiden en zij-instroom in de bouwsector.

Wat zijn de grootste risico’s voor uitval in de bouw?

De grootste risico’s voor uitval in de bouw zijn fysieke overbelasting, verouderde vakkennis en een gebrek aan perspectief. Medewerkers die jarenlang zwaar werk doen zonder begeleiding of ontwikkeling, lopen een hoog risico op langdurig verzuim of vroegtijdig uitvallen. Dit geldt zowel voor ervaren vakmensen als voor nieuwe medewerkers die het vak nog niet goed genoeg beheersen.

Specifiek zijn er vier veelvoorkomende oorzaken van uitval die bouwbedrijven herkennen:

  • Onvoldoende vakkennis: Medewerkers die taken uitvoeren waarvoor ze niet goed zijn opgeleid, maken vaker fouten en lopen meer risico op ongelukken.
  • Fysieke overbelasting: Bouwwerk is zwaar. Zonder goede werktechnieken en bewustzijn van ergonomie stapelen blessures zich op.
  • Geen loopbaanperspectief: Medewerkers die niet weten waar ze naartoe kunnen groeien, haken eerder af of vertrekken naar een andere werkgever.
  • Technologische veranderingen: Nieuwe materialen, werkmethoden en regelgeving vragen voortdurend om bijscholing. Wie achterblijft, wordt minder inzetbaar.

Duurzame inzetbaarheid begint dus bij het voorkomen van deze risico’s. Dat betekent investeren in opleiding, maar ook in een goede werkomgeving en heldere groeimogelijkheden voor je medewerkers.

Hoe draagt een goede opleiding bij aan duurzame inzetbaarheid?

Een goede opleiding vergroot de duurzame inzetbaarheid van bouwpersoneel doordat medewerkers hun werk veiliger, zelfstandiger en kwalitatief beter uitvoeren. Ze begrijpen wat ze doen en waarom, waardoor ze minder fouten maken en beter omgaan met nieuwe situaties op de bouwplaats. Dit verlaagt het risico op uitval en verhoogt de betrokkenheid.

Een praktijkgerichte bouwopleiding heeft daarbij een aantal concrete voordelen:

  • Medewerkers leren vaardigheden die ze direct toepassen op de werkvloer, wat hun zelfvertrouwen vergroot.
  • Erkende kwalificaties, zoals een NLQF-ingeschaald vakbekwaamheidsbewijs, geven medewerkers een officieel bewijs van hun vakkennis.
  • Bijscholing houdt kennis actueel, wat relevant is nu de bouwsector snel verandert door de energietransitie en nieuwe bouwmethoden.
  • Medewerkers die zien dat hun werkgever in hen investeert, zijn loyaler en minder geneigd te vertrekken.

Het gaat niet alleen om het aanleren van technische vaardigheden. Opleiding geeft medewerkers ook taal voor wat ze doen, waardoor ze beter kunnen samenwerken en communiceren op de bouwplaats.

Welke bouwopleidingen vergroten de inzetbaarheid het meest?

Opleidingen die aansluiten op concrete taken in het dagelijks werk vergroten de inzetbaarheid het meest. Dat zijn praktijkgerichte vakopleidingen voor beroepen zoals timmerman, metselaar, voeger, dakdekker, isolatiespecialist of kalkzandsteenlijmer. Juist voor gespecialiseerde beroepen is gerichte scholing waardevol, omdat die kennis moeilijk elders te vinden is.

Bij het kiezen van een opleiding is het nuttig om te kijken naar:

  • Aansluiting op het werk: Leert de medewerker wat hij of zij daadwerkelijk nodig heeft op de bouwplaats?
  • Erkenning van de opleiding: Is de opleiding ingeschaald binnen het Nederlands Kwalificatieraamwerk (NLQF) en voldoet zij aan de kwaliteitsstandaarden van de sector?
  • Flexibiliteit: Kan de opleiding worden afgestemd op het tempo en de situatie van de medewerker?
  • Combinatie van theorie en praktijk: Opleidingen die werken en leren combineren, sluiten het beste aan op de praktijk van een bouwbedrijf.

Naast vakgerichte opleidingen zijn ook bredere vaardigheden relevant, zoals veiligheid op de werkvloer, het lezen van technische tekeningen en werken met nieuwe materialen. Medewerkers die breed zijn opgeleid, zijn flexibeler inzetbaar binnen het bedrijf.

Hoe combineer je werken en leren in de bouwsector?

Werken en leren in de bouw combineer je door opleidingen te kiezen die zijn ingericht als leerloopbaanpaden: trajecten waarbij de medewerker overdag werkt en de opleiding aansluit op de praktijk. Dit model werkt goed in de bouw omdat leren op de werkplek direct wordt versterkt door de dagelijkse praktijkervaring.

Een typisch leerloopbaanpad in de bouw ziet er als volgt uit:

  1. De medewerker werkt bij een bouwbedrijf en volgt tegelijkertijd een opleiding.
  2. De opleiding bestaat uit een combinatie van praktijkdagen (op de werkplek) en theoriedagen (bij een opleidingslocatie).
  3. Na afronding legt de medewerker een examen af en ontvangt een erkend vakbekwaamheidsbewijs.

Gemiddeld heeft een deelnemer aan een leerloopbaanpad ongeveer tien praktijkdagen en zes theoriedagen nodig. Dat is in totaal zestien dagen, verspreid over ongeveer een half jaar. Voor een bouwbedrijf betekent dit dat de medewerker gewoon inzetbaar blijft tijdens de opleiding, wat de impact op de bedrijfsvoering beperkt.

De sleutel is goede afstemming tussen werkgever en medewerker over het tempo en de planning van de opleiding. Zo past het traject bij de drukte op de bouwplaats en de persoonlijke situatie van de medewerker.

Wanneer is een zij-instromer een goede keuze voor een bouwbedrijf?

Een zij-instromer is een goede keuze wanneer je als bouwbedrijf iemand zoekt die gemotiveerd is om een nieuw vak te leren en al werkervaring meebrengt uit een andere sector. Zij-instromers zijn vaak volwassen, praktisch ingesteld en weten wat werken inhoudt. Dat maakt hen waardevolle aanwinsten, ook als ze het bouwvak nog moeten leren.

Zij-instroom in de bouw werkt het best in de volgende situaties:

  • Je hebt moeite om ervaren vakmensen te vinden op de arbeidsmarkt.
  • Je bent bereid iemand op te leiden via een erkend opleidingstraject.
  • De functie leent zich voor een combinatie van werken en leren.
  • Je hebt de tijd en capaciteit om de zij-instromer te begeleiden op de werkvloer.

Belangrijk om te weten: een zij-instromer heeft voor de meeste beroepsopleidingen in de bouw praktijkervaring bij een bedrijf nodig. De opleiding loopt dus altijd samen met het werk. Als werkgever bied jij die praktijkomgeving, terwijl de opleiding de theoretische en vakinhoudelijke kennis aanvult.

Zij-instroom lost niet alleen het personeelstekort op, maar zorgt ook voor frisse perspectieven binnen je team. Mensen met een andere achtergrond brengen andere vaardigheden en een andere manier van denken mee, wat waardevol kan zijn op de bouwplaats.

Wat moet een bouwbedrijf regelen om iemand op te leiden?

Om een medewerker op te leiden moet een bouwbedrijf drie dingen regelen: een geschikte opleidingspartner kiezen, de medewerker aanmelden voor een erkend traject en nagaan of er subsidies beschikbaar zijn om de kosten te dekken. Dit klinkt eenvoudig, maar in de praktijk weten veel werkgevers niet precies waar ze moeten beginnen.

Een praktisch stappenplan voor bouwbedrijven:

  1. Kies een erkende opleiding die aansluit op de functie en het niveau van de medewerker. Let op of de opleiding NLQF-ingeschaald is, want dit is een voorwaarde voor veel subsidies.
  2. Meld de medewerker aan bij het opleidingsinstituut. Zorg dat je weet welke informatie nodig is en wat het opleidingstraject inhoudt.
  3. Check beschikbare subsidies. Voor veel beroepsopleidingen in de bouw is de SLIM-subsidie beschikbaar. Via deze regeling kun je tot wel 90% van de opleidingskosten vergoed krijgen voor opleidingen op NLQF-niveau 2 en 3. Daarnaast zijn er cao-afhankelijke subsidies via de cao Bouw & Infra of de cao Hellende Daken, en regiospecifieke regelingen.
  4. Plan de opleiding in op een manier die past bij de werkzaamheden van het bedrijf. Goede afstemming voorkomt dat de opleiding ten koste gaat van de productiviteit.
  5. Begeleid de medewerker op de werkvloer. De praktijkervaring die de medewerker opdoet bij jou als werkgever is een belangrijk onderdeel van de opleiding.

De kosten van een bouwopleiding bestaan uit opleidingskosten en examenkosten. Opleidingskosten dekken onder andere de theoriedocent, praktijkinstructeur, lesmateriaal en het gebruik van de opleidingslocatie. Examenkosten omvatten de examinator, het toezicht en de kwaliteitsborging. Door subsidies slim in te zetten, blijft het nettobedrag voor de werkgever vaak beperkt.

Hoe SVGO – Gaan In De Bouw helpt met duurzame inzetbaarheid van bouwpersoneel

Als je bouwpersoneel duurzaam inzetbaar wilt houden, bieden wij bij SVGO – Gaan In De Bouw een compleet en erkend opleidingsaanbod dat direct aansluit op de praktijk van de bouwsector. We richten ons specifiek op medewerkers die via een verkorte, praktijkgerichte route een bouwvak willen leren of hun vakkennis willen uitbreiden.

Dit is wat wij concreet voor je regelen:

  • Erkende beroepsopleidingen voor uiteenlopende bouwberoepen, van timmerman en metselaar tot dakdekker, voeger, isolatiespecialist en kalkzandsteenlijmer.
  • Leerloopbaanpaden waarbij werken en leren worden gecombineerd, zodat je medewerker inzetbaar blijft tijdens de opleiding.
  • NLQF-ingeschaalde kwalificaties die worden erkend door de sector en toegang geven tot subsidies zoals de SLIM-regeling.
  • Flexibele trajecten op maat, afgestemd op de situatie van de medewerker en de behoeften van jouw bedrijf.
  • Begeleiding bij subsidies, zodat je weet welke regelingen voor jou van toepassing zijn en je de kosten zo laag mogelijk houdt.

Wil je weten welke opleiding het beste past bij jouw medewerker of bij de vacature die je wilt invullen? Neem dan contact met ons op of bekijk het volledige opleidingsaanbod op onze website. We helpen je graag verder met een traject dat werkt voor jouw bedrijf én voor je medewerker.

Gerelateerde artikelen