Het opleiden van bouwpersoneel kost gemiddeld enkele honderden tot enkele duizenden euro’s per medewerker, afhankelijk van de opleiding, de duur en het niveau. Hoe hoog de investering precies uitvalt, hangt sterk af van de gekozen opleiding, beschikbare subsidies en de specifieke situatie van je bedrijf. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over opleidingskosten in de bouw, zodat je als werkgever of zij-instromer goed geïnformeerd een keuze kunt maken.
Welke factoren bepalen de kosten van een bouwvakopleiding?
De kosten van een bouwvakopleiding worden bepaald door vier factoren: het opleidingsniveau, de duur van het traject, het type opleiding (volledig of modulair) en de aanbieder. Hoe hoger het niveau en hoe langer de opleiding duurt, hoe hoger de directe opleidingskosten. Daarnaast tellen ook indirecte kosten mee, zoals de tijd dat een medewerker niet productief inzetbaar is.
Praktijkgerichte opleidingen in de bouw zijn doorgaans korter dan reguliere mbo-trajecten en daardoor ook goedkoper in totale investering. Een opleiding van 14 tot 16 trainingsdagen, zoals bij veel vakopleidingen in de bouw gebruikelijk is, vraagt minder tijd en geld dan een meerjarig schooltraject. Toch heeft ook zo’n kortere opleiding een prijs die je als werkgever goed in kaart moet brengen.
De volgende factoren spelen een rol bij de totale kosten:
- Duur van de opleiding, kortere trajecten van 9 tot 16 dagen zijn goedkoper dan langere programma’s
- Opleidingsniveau, niveau 2- en niveau 3-opleidingen verschillen in diepgang en daarmee vaak ook in prijs
- Modulair of volledig traject, losse modules kosten minder dan een volledige beroepsopleiding
- Reiskosten en locatie, opleidingen worden op meerdere plekken in Nederland aangeboden, wat invloed heeft op reistijd en reiskosten
- Loonkosten tijdens opleiding, een medewerker die een dag opleiding volgt, is die dag niet volledig productief op de bouwplaats
Hoeveel kost het opleiden van een nieuwe medewerker in de bouw?
De directe opleidingskosten voor een nieuwe medewerker in de bouw variëren doorgaans van een paar honderd euro voor een losse module tot enkele duizenden euro’s voor een volledige vakopleiding op niveau 2 of 3. De exacte prijs verschilt per opleiding en aanbieder, maar praktijkgerichte beroepsopleidingen zijn over het algemeen aanzienlijk goedkoper dan regulier mbo-onderwijs.
Naast de directe opleidingskosten zijn er ook indirecte kosten om rekening mee te houden. Denk aan de tijd die een ervaren collega kwijt is aan begeleiding, de verminderde productiviteit van de medewerker in de beginfase en eventuele materiaalkosten tijdens de praktijktraining. In de praktijk schatten werkgevers de totale investering voor het opleiden van een nieuwe medewerker in de bouw vaak op een veelvoud van alleen de cursuskosten.
Toch valt die investering in de meeste gevallen goed te overzien, zeker als je gebruikmaakt van de beschikbare subsidies en sectorvergoedingen. Daarmee kunnen de netto kosten aanzienlijk lager uitvallen dan de bruto opleidingsprijs doet vermoeden.
Wat is het verschil tussen een korte cursus en een volledige beroepsopleiding?
Een korte cursus richt zich op één specifieke vaardigheid of kennisgebied en duurt meestal één tot enkele dagen. Een volledige beroepsopleiding omvat meerdere modules die samen leiden tot een erkend vakbekwaamheidsbewijs op NLQF-niveau en duurt doorgaans 9 tot 16 trainingsdagen of meer. Het verschil zit in de breedte, de diepgang en de formele erkenning van het resultaat.
Wanneer kies je voor een losse module?
Een losse module is nuttig als een medewerker al over een brede vakkennis beschikt maar op één punt bijscholing nodig heeft. Denk aan een dakdekker die specifiek wil bijleren over energiesystemen op het dak, of een timmerman die zijn kennis van prefab wil uitbreiden. Modules zijn flexibel te combineren en goed in te plannen naast het werk.
Wanneer kies je voor een volledige vakopleiding?
Een volledige beroepsopleiding is de betere keuze als een medewerker een bouwvak van de grond af aan wil leren, bijvoorbeeld als zij-instromer of iemand zonder bouwdiploma. De opleiding leidt tot een erkend deelvakbekwaamheidsbewijs dat aansluit op de kwaliteitsstandaarden van de sector. Dit biedt zowel de medewerker als het bedrijf meer zekerheid over het eindniveau.
Een belangrijk praktisch verschil is ook de subsidiemogelijkheid: volledige opleidingen die zijn ingeschaald op NLQF-niveau komen in aanmerking voor regelingen zoals de SLIM-subsidie, terwijl losse modules daar niet altijd voor in aanmerking komen.
Zijn er subsidies of regelingen om opleidingskosten te verlagen?
Ja, er zijn meerdere subsidies en sectorregelingen beschikbaar die de opleidingskosten in de bouw aanzienlijk kunnen verlagen. De bekendste is de SLIM-subsidie, een nationale regeling voor het stimuleren van leren en ontwikkelen in het mkb. Daarnaast biedt de bouwsector eigen branchevergoedingen die werkgevers kunnen aanvragen voor erkende opleidingen.
Voor de SLIM-subsidie geldt een specifieke volgorde: je meldt eerst je medewerker aan voor de opleiding en vraagt daarna pas de subsidie aan. Doe je dit andersom, dan loop je de vergoeding mis. Bij branchevergoedingen werkt het juist omgekeerd: daarvoor vraag je vooraf akkoord op de opleidingskosten.
Praktisch samengevat:
- SLIM-subsidie, voor mkb-bedrijven die medewerkers opleiden; aanvragen na aanmelding bij de opleiding
- Branchevergoedingen, sectorspecifieke vergoedingen; vooraf akkoord aanvragen
- NLQF-inschaling, opleidingen op NLQF-niveau komen in aanmerking voor subsidie; losse modules soms niet
- Combinatie van regelingen, in veel gevallen kun je meerdere vergoedingen combineren, waardoor de opleiding grotendeels of volledig wordt vergoed
Het loont om je goed te informeren voordat je een opleidingstraject start. Laat je niet verrassen door procedurele vereisten en zorg dat je geen geld misloopt door de volgorde van aanmelden en aanvragen te verwisselen.
Wanneer is opleiden goedkoper dan nieuw personeel werven?
Opleiden is vrijwel altijd goedkoper dan nieuw personeel werven als je rekening houdt met de volledige wervingskosten. Werving via een uitzendbureau of recruiter kost al snel meerdere maanden salaris, en dan zijn de inwerkkosten nog niet meegerekend. Een praktijkopleiding voor een bestaande of nieuwe medewerker is in de meeste gevallen een stuk voordeliger, zeker met subsidie.
De rekensom is eenvoudig. Wervingskosten bestaan uit advertentiekosten, eventuele bureaukosten, de tijd die leidinggevenden kwijt zijn aan selectiegesprekken en de inwerkperiode van een nieuwe medewerker. Dat kan al snel oplopen tot het equivalent van drie tot zes maanden brutoloon. Een vakopleiding voor een zij-instromer of een bestaande medewerker kost een fractie daarvan, zeker als subsidies de directe opleidingskosten grotendeels dekken.
Opleiden is ook een betere keuze in de volgende situaties:
- Je hebt een gemotiveerde medewerker die al bij je in dienst is maar nog niet volledig vakbekwaam is
- Je wilt een zij-instromer aannemen die het vak nog moet leren, maar al over werkervaring en werkhouding beschikt
- Er zijn in jouw regio weinig ervaren vakmensen beschikbaar op de arbeidsmarkt
- Je wilt investeren in de duurzame inzetbaarheid van je personeel en medewerkers langer aan je bedrijf binden
Goed opgeleid personeel is bovendien productiever, maakt minder fouten en werkt veiliger. Dat heeft een directe positieve invloed op de kwaliteit van je werk en de reputatie van je bedrijf.
Hoe SVGO – Gaan In De Bouw helpt met het opleiden van bouwpersoneel
Wij bieden praktijkgerichte opleidingen en leertrajecten die specifiek zijn ontwikkeld voor de bouw- en infrasector. Of je nu een zij-instromer wilt begeleiden, een bestaande medewerker wilt bijscholen of iemand helemaal wilt opleiden tot vakman, wij hebben een passend traject. Onze opleidingen zijn ingeschaald op NLQF-niveau en erkend door de sector, wat betekent dat ze in aanmerking komen voor SLIM-subsidie en branchevergoedingen.
Dit biedt jou als werkgever of medewerker:
- Erkende vakopleidingen op niveau 2 en 3, van dakdekken en leidekken tot timmeren en bouwmontage
- Flexibele leertrajecten, kies een volledige opleiding of stel een modulair traject samen dat aansluit op de behoefte van je medewerker
- Leerloopbaanpaden voor opleidingsbedrijven die medewerkers stap voor stap willen laten groeien binnen het vak
- Ondersteuning bij subsidieaanvragen, wij informeren je over de mogelijkheden zodat je geen vergoeding misloopt
- Opleidingen op meerdere locaties in Nederland, goed te combineren met een werkweek op de bouwplaats
Wil je weten welke opleiding het beste past bij jouw situatie of die van je medewerker? Bekijk het volledige opleidingsaanbod van SVGO – Gaan In De Bouw en ontdek welk traject aansluit op jouw behoefte.