De juiste opleiding voor je bouwpersoneel kies je door te kijken naar het huidige kennisniveau van de medewerker, het beroep dat hij of zij wil uitoefenen, en hoe snel iemand inzetbaar moet zijn. Praktijkgerichte opleidingen die aansluiten op de dagelijkse werkpraktijk zijn voor de meeste bouwbedrijven de meest directe route. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het opleiden van bouwpersoneel, van de keuze voor het juiste traject tot de financiering ervan.
Welke factoren bepalen welke opleiding bij een medewerker past?
Welke opleiding bij een medewerker past, hangt af van drie dingen: wat iemand al weet en kan, welk beroep of vakgebied het doel is, en hoeveel tijd beschikbaar is naast het werk. Door deze drie factoren samen te beoordelen, kies je een traject dat aansluit op de praktijk en niet onnodig lang duurt.
Begin met een eerlijk beeld van het startniveau. Iemand die al jaren in een aangrenzend beroep werkt, heeft andere behoeften dan iemand die voor het eerst de bouw instapt. Daarna bepaal je het gewenste eindniveau: wil je dat de medewerker volledig zelfstandig een vak kan uitoefenen, of gaat het om aanvullende vakkennis naast een bestaande functie?
Houd ook rekening met de volgende praktische factoren:
- Beschikbaarheid: kan de medewerker onder werktijd leren, of alleen buiten werktijd?
- Leerstijl: leert iemand beter door te doen op de werkvloer, of heeft hij ook behoefte aan theoretische onderbouwing?
- Toekomstperspectief: is de opleiding een opstap naar verdere groei, of gaat het om een afgebakend vakgebied?
- Erkenning: heeft het bedrijf behoefte aan een erkend bewijs van vakbekwaamheid, bijvoorbeeld voor opdrachtgevers of aanbestedingen?
Voor specialistische bouwberoepen, zoals voegen, leidekken of kalkzandsteenlijmen, is het aanbod in het reguliere onderwijs beperkt. In dat geval zijn gerichte vakopleidingen buiten het formele mbo-systeem vaak de meest realistische optie.
Wat is het verschil tussen een BBL-opleiding en een praktijkgerichte bouwcursus?
Een BBL-opleiding (Beroepsbegeleidende Leerweg) is een formeel mbo-traject waarbij een leerling vier dagen per week werkt en één dag naar school gaat, met een officieel diploma als eindresultaat. Een praktijkgerichte bouwcursus of vakopleiding buiten het formele systeem is korter, flexibeler en richt zich op direct toepasbare vakkennis, zonder het volledige mbo-programma te doorlopen.
Het belangrijkste verschil zit in de duur en de erkenning. Een BBL-traject duurt doorgaans twee tot vier jaar en leidt tot een mbo-diploma. Dat diploma heeft een brede maatschappelijke erkenning, maar het traject vraagt een langdurige investering van zowel de medewerker als het bedrijf.
Een praktijkgerichte vakopleiding buiten het reguliere onderwijs, zoals opleidingen die vallen onder de bedrijfstakkwalificatiestructuur (BKS) van de bouw- en infrasector, werkt anders:
- De duur is korter en afgestemd op wat iemand daadwerkelijk nodig heeft voor het beroep
- De opleiding leidt tot een NLQF-ingeschaald vakbekwaamheidsbewijs op niveau 2 of 3
- Dit bewijs geeft opdrachtgevers en werkgevers duidelijkheid over het vakmanschapsniveau
- Via een EVC-traject (Erkenning Verworven Competenties) is het later alsnog mogelijk om een regulier diploma te halen
Voor bedrijven die snel iemand willen inzetten in een specifiek bouwvak, is een praktijkgerichte vakopleiding buiten het mbo-systeem vaak de meest passende keuze. Voor medewerkers met langetermijnambities in een breder beroepsprofiel kan een BBL-traject meer perspectief bieden.
Hoe snel is een medewerker inzetbaar na een bouwcursus?
Hoe snel een medewerker inzetbaar is na een praktijkopleiding in de bouw, verschilt per beroep en opleidingsvorm. Bij kortere, modulaire vakopleidingen kan iemand al tijdens de opleiding op de werkvloer meedraaien. Na afronding van een volledige vakopleiding is een medewerker doorgaans direct zelfstandig inzetbaar voor de werkzaamheden die bij dat beroep horen.
Praktijkgerichte opleidingen zijn juist ontworpen om de afstand tussen leren en werken zo klein mogelijk te houden. Theorie en praktijk lopen door elkaar heen, en de praktijkonderdelen worden gegeven door ervaren leermeesters uit de sector. Dat betekent dat een medewerker niet eerst een volledig theoretisch programma doorloopt voordat hij of zij aan het werk kan.
Een paar factoren bepalen hoe snel iemand volledig inzetbaar is:
- Startniveau: iemand met werkervaring in een aangrenzend bouwberoep heeft minder tijd nodig dan een volledige nieuwkomer
- Omvang van de opleiding: een module voor een deelvaardigheid duurt korter dan een volledige vakopleiding
- Begeleiding op de werkvloer: goede begeleiding door een ervaren collega versnelt de praktische ontwikkeling
Bij verkorte beroepsopleidingen in de bouw is het doel altijd dat iemand zo snel mogelijk veilig en kundig kan werken. Dat maakt dit type opleiding aantrekkelijk voor bedrijven die niet jaren kunnen wachten op een volledig opgeleide medewerker.
Wie betaalt de opleiding van bouwpersoneel?
De kosten van een bouwcursus of vakopleiding worden in de meeste gevallen (deels) vergoed via subsidies, cao-afspraken of opleidingsfondsen. Als werkgever hoef je de volledige kosten zelden zelf te dragen. Welke vergoeding van toepassing is, hangt af van de cao waaronder je bedrijf valt en het type opleiding.
Er zijn meerdere financieringsbronnen die je kunt benutten:
- Cao Bouw & Infra en cao Hellende Daken: beide cao’s kennen subsidies voor scholing van medewerkers, via het O&O Fonds Bouw & Infra
- SLIM-subsidie: de Stimuleringsregeling Leren en Ontwikkelen in mkb-ondernemingen biedt een landelijke subsidie voor opleidingen in het midden- en kleinbedrijf
- Regionale subsidies: afhankelijk van de regio zijn aanvullende subsidies beschikbaar, bijvoorbeeld via Stichting JIJ of vergelijkbare regionale fondsen
- Scholingsbonus: werknemers die een volledig vakbekwaamheidsbewijs behalen op niveau 2, 3 of 4, komen in aanmerking voor een bonus van 2.900 euro, waarvan 2.500 euro voor de werknemer is en 400 euro voor de werkgever. Voorwaarde is dat het bedrijf onder de cao Bouw & Infra valt en afdrachten heeft gedaan aan het O&O Fonds Bouw & Infra.
Het is verstandig om bij aanvang van een opleidingstraject goed uit te zoeken welke subsidies van toepassing zijn. De combinatie van meerdere regelingen kan de netto opleidingskosten aanzienlijk verlagen, soms zelfs tot bijna nul.
Wat zijn de beste opleidingen voor zij-instromers in de bouw?
Voor zij-instromers in de bouw zijn praktijkgerichte vakopleidingen buiten het reguliere mbo-systeem de meest geschikte keuze. Deze opleidingen zijn afgestemd op volwassenen die al werkervaring hebben in een ander beroep, snel willen omscholen naar de bouw en niet opnieuw een volledig mbo-traject willen doorlopen.
Een zij-instromer heeft andere behoeften dan een schoolverlater. Iemand die vanuit een ander beroep de bouw instapt, brengt al vaardigheden mee: werken in teamverband, omgaan met tijdsdruk, plannen en communiceren. Wat ontbreekt, is de vakspecifieke kennis van het bouwberoep. Een goede opleiding voor zij-instromers sluit aan op dat vertrekpunt en bouwt van daaruit verder.
Kenmerken van een passende opleiding voor zij-instromers:
- Verkorte duur: geen herhaling van algemene vaardigheden die iemand al beheerst
- Werken en leren tegelijk: de medewerker werkt bij een bouwbedrijf en volgt de opleiding parallel daaraan
- Praktijkgericht: theorie is ondersteunend aan de dagelijkse werkpraktijk, niet andersom
- Erkend eindresultaat: een NLQF-ingeschaald vakbekwaamheidsbewijs dat zichtbaar maakt wat iemand waard is
- Brede keuze aan beroepen: ook voor minder bekende vakgebieden zoals voegen, dakdekken of leidekken zijn gerichte opleidingen beschikbaar
Voor bedrijven die een zij-instromer aannemen, is het belangrijk om te weten dat de kandidaat voor de praktijkonderdelen van de opleiding werkervaring bij een bedrijf nodig heeft. Het bedrijf en de opleiding vullen elkaar aan: de werkvloer levert de praktijk, de opleiding levert de structuur en de erkenning.
Hoe SVGO – Gaan In De Bouw helpt bij het opleiden van je bouwpersoneel
Wij bieden praktijkgerichte vakopleidingen die specifiek zijn ontwikkeld voor de bouw- en infrasector. Of je nu een zij-instromer wilt opleiden, een bestaande medewerker wilt bijscholen of iemand wilt voorbereiden op een specialistisch bouwberoep, wij hebben een passend traject. Dit is wat we bieden:
- Erkende vakbekwaamheidsbewijzen op NLQF-niveau 2 en 3, gedragen door de bedrijfstakkwalificatiestructuur van de sector
- Volledige opleidingen én losse modules, zodat je altijd een traject op maat kunt samenstellen
- Opleidingen voor uiteenlopende bouwberoepen, ook voor specialistische vakgebieden zoals voegen, dakdekken en leidekken
- Begeleiding bij subsidies, zodat je weet welke financiering beschikbaar is voor jouw situatie
- Praktijkonderwijs door ervaren leermeesters uit de sector, die weten wat er op de werkvloer gevraagd wordt
Wil je weten welke opleiding het beste past bij jouw medewerker of jouw bedrijfssituatie? Neem contact op met SVGO – Gaan In De Bouw en ontdek samen met ons welk traject aansluit op jouw behoeften.